Tanks zijn veeleisende dames.
Tanks vragen constant om aandacht en onderhoud.
Ze zullen verwaarlozing accepteren tot het punt dat ze vreemde geluiden maken, olie gaan spugen, aan alle kanten beginnen te roken of simpelweg niks meer doen zonder dat er een duidelijke reden voor is.
Als we nu terug kijken op de 2e wereldoorlog is het moeilijk voor te stellen dat alles wat de Duitsers deden met hun Blitzkrieg vernieuwend was.
Ze volgden geen standaard doctrine maar waren in het proces er een te maken!
Voor velen was Duitslands gemechaniseerde macht een onuitputtelijk strijdmacht die, zonder ergens acht op te slaan, door het vijandelijke gebied heen raasde, alles veroverend wat er op hun pad kwam.
Het is voor velen een schok als ze zich realiseren dat de Blitz door Polen is uitgevoerd met de kleine PZ I en PZ II.
In 1941 waren deze tanks al onbruikbaar verouderd.
Duitslands belangrijkste tanks waren de PZ III en PZ IV maar de belangrijkste tanks van gisteren zijn de lichte tanks van morgen.
Dit waren niet de grote katten die Duitsland tegen de VS in de strijd wierp.
De PZ III had een gewicht van ongeveer 19-21 ton al naar gelang de modellen van 1941, de PZ IV ongeveer 17-23 ton.
Even ter vergelijking; de amerikaanse M5 lichte tank woog ongeveer 16 ton, de M4 sherman rond de 33 ton.
De Duitse tanks waren uitvoerig in het veld getest, en hadden hun eerste gevechten al gehad, maar niks had deze tanks voorbereid op de campagne die komen zou.
Alle campagnes tot 1941 hadden een maand of minder geduurd; Polen, Frankrijk en de lage landen, Griekenland.
Deze campagnes waren allang voor de laatste weken beslist.
De tanks waren dan ook in de voorgaande campagnes hooguit 2 weken echt in actie geweest.
De rest van de tijd was een kwestie van afsluiten.
Hitler had niet gedacht dat de campagne in de USSR binnen 2 weken beslist kon worden maar hij verwachtte duidelijk wel dat de beslissing ver voor de winter zou vallen.
Met dit in gedachte stelde hij zijn Panzer troepen op voor de meest ambitieuse aanval van de oorlog.
Ondanks de expansie van de voorgaande jaren, Oostenrijk, Frankrijk, Polen, Tsjechoslowakije, bevonden de meeste reparatie werkplaatsen zich binnen de grenzen van het oude 'Reich'.
Sommige, zoals de Skoda fabriek, bestonden buiten deze grenzen.
Alle belangrijke herzieningen en reparaties moesten in deze werkplaatsen worden uitgevoerd.
De logistieke problemen waren dan ook voorspelbaar.
Geen enkele commandant wil zoiets waardevols als een tank missen als de tijd die nodig is om dit voertuig naar duitsland te brengen en weer terug voor reparaties.
De kans dat er een nieuwe tank aankwam was groter dan de kans dat je de oude tank weer terug zag.
In deze omstandigheden begon Duitsland de campagne in de USSR; lichte tanks, nog nooit tot hun uiterste gedreven, die honderd op honderden kilometers van hun reparaties werkplaatsen, een campagne voerden die, op zijn minst, verschillende maanden van harde actie inhield.
De Duitser ontdekten dat hun tanks grenzen hadden; ze waren uit te putten.
Terwijl ze steeds dieper de USSR binnendrongen vielen meer en meer tanks uit. (Wat gezegd wordt over tanks is van toepassing op alle gemechaniseerde onderdelen - vrachtauto's, motorfietsen, halftracks, etc)
Met het oog op de afstand tot de reparatie werkplaatsen werden de meeste reparaties 'in het veld' uitgevoerd.
Niet alleen waren de gebruikte voertuigen nogal divers, Duitsland maakte ook weinig gebruik van verwisselbare onderdelen.
Dat is dat onderdelen met dezelfde functie tussen verschillende voertuigen te verwisselen zijn.
Dit maakte het onderhoud haast onmogelijk.
Gezien het gebrek aan reserve onderdelen konden de Duitsers zich alleen wenden tot de meest populaire, maar minst praktische, manier van repareren; kannibaliseren.
Het principe is eenvoudig.
Men neemt 2 tanks die beide zijn uitgevallen om verschillende redenen.
Laten we zeggen een opgeblazen oliekoeler en een verbrande overbrenging.
Men neemt dan de oliekoeler uit de tank met de verbrande overbrenging en plaatst die in de andere, dan heb je 1 tank weer aan het werk.
Het probleem is dan wel dat je nu een tank hebt die is uitgevallen om 2 redenen en een die het wel doet maar met gebruikte onderdelen.
De levensverwachting van een onderdeel, hoewel nogal eens flexibel, heeft zijn grenzen.
Terwijl dit probleem zich ophoopte werden sommige tanks zover gekannibaliseerd dat het helemaal geen zin meer had ze terug te sturen naar de werkplaatsen.
Ze waren zo verloren alsof ze in het gevecht verloren waren gegaan.
De vele tanks die nog werkten ten koste van de gekanniballiseerde tank zouden steeds vaker uitvallen omdat de onderdelen van de gekanniballiseerde tank versleten raakte.
Het probleem was dan ook dat, naarmate de opmars in de USSR langer duurde, steeds meer voertuigen steeds vaker uitvielen.
Het resultaat hiervan was dat in de beslissende maanden van de opmars de Panzer divisies hun gevechtskracht verloren.
De Duitser hebben vanaf het begin niet kunnen rekenen op een meerderheid aan infanterie.
Zij waren dan ook afhankelijk van de voordelen die de gemechaniseerde oorlogvoering hun bracht.
Dit voordeel viel letterlijk uit elkaar voor de poorten van Moskou.
Neem daar de problemen met het weer nog bij en je ziet waarom de opmars tot stilstand kwam.
De Duitsers moesten erkennen dat hun onuitputtelijke Panzers waren uitgeput, samen met de rest van het leger.
De Duitsers bereikten doorbraken in het begin zoals Guderian had voorspeld.
Maar de blitzkrieg had zijn beperkingen; die van het materiaal.
Ze hadden de doctrine en de manschappen om het uit te voeren, maar misten de voertuigen die hen de hele opmars hadden kunnen laten volbrengen.
In de hele oorlog is er geen campagne geweest waarbij de voertuigen zo lang in actie waren zonder belangrijke reparatie/onderhoud stop.
Op het moment dat de Duitsers het zich het minst konden veroorloven misten zij het de kracht om Moskou in te nemen.
Om deze reden ging de overwinning de Duitsers in 1941 voor de neus langs en, zoals zou blijken, de kans om de oorlog te winnen.
Nu zitten de landen niet te springen om de tekortkomingen van hun tanks bekend te maken.
Maar er is een gepubliceerd rapport van de US general accounting office, zeg maar de amerikaanse rekenkamer, waarbij de toenmalige nieuwste aanwinst van Uncle Sam, de M48A2, was bestudeerd.
Afgezien van het feit dat Uncle Sam weer bij de benen was genomen concludeerde de rekenkamer dat deze tank gemiddeld om de 60 kilometer uitviel.
Sindsdien is het doek van de geheimhouding weer over de zaak gelegd maar dit getal is belangrijk.
Daarin ligt de kern van het probleem met tanks.
Om zeg maar 30 tot 50 ton tank met een redelijke snelheid over open terrein te bewegen, en daarbij haar passagiers heel te laten, is een unieke prestatie.
In onze burger maatschappij kennen we geen enkel voertuig die een dergelijk eis steld.
De balans tussen stevigheid en basis comfort voor menselijke wezens is verrassend delikaat.
Vraag maar eens aan iemand die de hele dag met een bulldozer werkt wat zijn nieren daar van vinden!
En dan is er nog de noodzaak om de tank "soldaat bestendig" te maken.
De waarschijnlijkheid dat de gemiddelde soldaat iets kapot krijgt wat op het eerste gezicht niet kapot te krijgen is, is legendarisch.
Als je een pantserplaat kunt afbreken dat is bedoeld om te voorkomen dat arrogante bemanningsleden een gebroken elleboog krijgen door de terugslag van het kanon, dan moet je toch wel zeer vindingrijk zijn.
De Oplossing hiervoor is simpel, uitgebreid preventief onderhoud.
De meeste tijd van een tank kompagnie in vredestijd wordt dan ook doorgebracht in de werkplaats.
De Duitsers hebben in 1941 aangetoond dat preventief onderhoud niet kan worden verwaarloosd in het gevecht.
De balans tussen voldoende preventief onderhoud en het in het gevecht houden van de tank geeft de commandant continue hoofdpijn.
Technische handleidingen hebben pagina's vol met checklist's voor voor, tijdens en na operatief gebruik.
Deze handleidingen worden meer geprezen van achter een bureau dan in de werkplaats.
Met andere woorden, de mensen die het werk wordt gegeven om het uit te voeren geven er de voorkeur aan iets anders te doen.
Het is verbazingwekkend hoeveel tijd en inspanningen deze mensen leveren om een manier te vinden om iets anders te doen.
Het onderhoud van een tank is zwaar, vies en onplezierig werk.
Constant vraagt het veel aandacht, ook van de commandant, om er zeker van te zijn dat het goed wordt uitgevoerd.
Wat gewoonlijk gebeurd is het volgende.
De tank wordt gestart, de chauffeur geeft gas en hop, een oliekoeler wordt opgeblazen.
Of de bemanning besluit om de bevestigingspinnen van de rupsbanden niet te controleren en de eerste keer in het veld breekt de rupsband.
Of ze hebben de spanning van de spanwielen niet gecontroleerd en de tank smijt de rupsband eraf.
Of ze hebben de luchtfilters niet gecontroleerd en de motor raakt oververhit.
En ga zo maar door.............
Onderhoud is veruit het belangrijkste element van tank operaties.
Het is ook zonder twijfel het meest tijdrovende element van alle zaken die nodig zijn om een tank te laten functioneren.
Neem daarbij het feit dat tanks steeds complexer worden en je begrijpt dat het belang van het onderhoud steeds groter wordt.